Werkgever verplicht tot schadevergoeding wegens niet voldoen aan schriftelijke opgaveverplichting

Werkgever verplicht tot schadevergoeding wegens niet voldoen aan schriftelijke opgaveverplichting

Een werkgever werd door de kantonrechter veroordeeld tot betaling van schadevergoeding aan een gepensioneerde werkneemster wegens gemiste extra vakantiedagen waarop de werkneemster vanwege haar leeftijd recht had. De werkgever was die schadevergoeding verschuldigd omdat de werkneemster niet schriftelijk was gewezen op het bestaan van de regeling die recht gaf op de extra vakantiedagen.

Bij een verzekeringsmaatschappij werkt een in 1954 geboren werkneemster in de functie van jurist beroepsaansprakelijkheid. Als de verzekeringsmaatschappij gaat verhuizen van Amsterdam naar Rijswijk, zegt de werkneemster haar arbeidsovereenkomst per 1 mei 2008 op vanwege de toegenomen reisafstand. Zij wil gaan werken bij een advocatenkantoor, maar dat bevalt zo slecht dat zij na korte tijd ingaat op een voorstel van de verzekeringsmaatschappij om toch weer daar te gaan werken. Afgesproken wordt dan dat zij zal gaan werken op basis van het daadwerkelijke aantal gewerkte uren tegen een uurtarief van € 45,37 inclusief dertiende maand, vakantiegeld en bijdrage in de pensioenverzekering. Tot 2013 werkt de werkneemster ongeveer 16 uur per week. Na een verhuizing in 2013 wordt dat ongeveer 24 uur per week.
Vanaf 2009 bevat de toepasselijke cao voor het verzekeringsbedrijf een ouderenregeling die oudere werknemers, bij het passeren van bepaalde leeftijdsgrenzen recht geeft op een aantal extra vrije dagen. In 2020, twee jaar na haar pensionering, claimt de werkneemster op basis daarvan vergoeding van 558,32 uren. De verzekeringsmaatschappij weigert dat en wijst op de gemaakte afspraak over een all-in vergoeding.
Als de kantonrechter over de zaak moet oordelen, verweert de verzekeringsmaatschappij zich door eerst te stellen dat geen sprake is van een arbeidsovereenkomst maar van een overeenkomst van opdracht. Dat verweer wordt door de kantonrechter verworpen. De hoogte van het uurloon en de mogelijkheid om meer verlof op te nemen dan waarin de cao voorziet wijzen weliswaar op de afwezigheid van een arbeidsovereenkomst, maar omdat de verzekeringsmaatschappij in 2017 expliciet heeft verklaard dat van een arbeidsovereenkomst sprake is en vanwege de betalingen onder de naam “salaris” en vanwege de inhouding van loonbelasting en premies werknemersverzekeringen, is volgens de kantonrechter sprake van een arbeidsovereenkomst.
De verzekeringsmaatschappij had verder gesteld dat de cao een standaard-cao is, waarvan ook niet ten gunste van de werkneemster mag worden afgeweken, maar de kantonrechter komt aan beoordeling van die stelling niet toe omdat de verzekeringsmaatschappij daar geen rechtsgevolgen aan heeft verbonden. De stelling dat de ouderenregeling niet van toepassing is vanwege het all-in karakter van het uurtarief wordt door de kantonrechter verworpen vanwege het feit dat de ouderenregeling nog niet bestond toen de afspraak over het uurtarief werd gemaakt.
De werkneemster had schadevergoeding gevorderd omdat de werkgever haar niet schriftelijk had geïnformeerd over de toepasselijke cao. De kantonrechter is van mening dat het voldoende was dat de werkgever bij het aangaan van de eerste arbeidsovereenkomst daarop had gewezen, maar oordeelt wel dat de werkgever de werknemer had moeten informeren toen in 2009 de ouderenregeling ging gelden. De ouderenregeling was een essentiële arbeidsvoorwaarde. Uit het feit dat geen enkele werknemer van de verzekeringsmaatschappij gebruik maakte van de ouderenregeling leidt de kantonrechter af dat de enkele vermelding van de cao op het intranet van de verzekeringsmaatschappij niet voldoende was. Omdat de werkneemster echter een ervaren jurist was, had van haar wel verwacht mogen worden dat zij zich in haar arbeidsvoorwaarden zou verdiepen en dat zij bij twijfel informatie zou hebben ingewonnen. De kantonrechter ziet hierin eigen schuld van de werkneemster en vermindert daarom de schadevergoeding die de verzekeringsmaatschappij moet betalen met 40%.
De werkneemster had ook nog vergoeding gevraagd van vakantiedagen vanaf 2008. Met een uitvoerig beroep op jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie (die relevant is omdat in de Europese Arbeidstijdenrichtlijn een minimumvakantie van vier weken per jaar wordt voorgeschreven), wijst de kantonrechter ook een vergoeding toe voor de niet genoten wettelijke vakantiedagen vanaf 2008. De wettelijke vakantiedagen (vier weken per jaar) kunnen niet in een all-in afspraak worden begrepen en uit de jurisprudentie van het Europese Hof leidt de kantonrechter af dat van verval van deze vakantiedagen geen sprake kan zijn. De gevorderde vergoeding van bovenwettelijke vakantiedagen wordt wel afgewezen met een beroep op de gemaakte all-in afspraak. Daarbij wijst de kantonrechter er op dat de werkneemster nooit eerder om vakantiedagen heeft gevraagd.

bron : https://www.vanzijl-advocaten.nl/artikelen/arbeidsrecht-actueel/werkgever-verplicht-tot-schadevergoeding-wegens-niet-voldoen-aan-schriftelijke-opgaveverplichting

1.533 Reactie's